Ronald Ohlsen 

      laatste update 28 januaril 2005


     Previous Home Next

  

biografie gedichten: contact





Insecten, 2001
Poëzie, 2001
Wild West, 2000
X, 2001







BIOGRAFIE

Ronald Ohlsen werd niet, zoals velen denken, in Delfzijl geboren. Nee, zijn lieve moeder liet zich van hem bevrijden in het Academisch Ziekenhuis te Groningen, op die zonnige 26ste januari 1968. Ohlsen werd wel groot gebracht in Delfzijl, wat zijn weerslag vond in de roman De godvergeten middenstand (Passage, 1996). Hoewel hij zijn poëzie nog steeds niet gebundeld heeft uitgebracht, is poëzie van zijn hand terug te vinden in diverse bloemlezingen, kranten en literaire tijdschriften (o.a. Vrijstaat Austerlitz, Passionate en MillenniuM) uit deze en vorige eeuw. Op 15 oktober 2000 verscheen zijn tweede roman Gedoodverfde engelen bij Uitgeverij Passage.

Met Ruben van Gogh verzorgde hij in de zomer van 2000 een literair/muzikaal programma bij het Noorderzonfestival te Groningen.


Op 27 januari 2005 werd hij voor een periode van twee jaar benoemd tot tweede Stadsdichter van Groningen.

In de loop van 2005 verschijnt zijn langverwachte debuutdichtbundel bij Uitgeverij Passage.

Raadpleeg ook www.google.com voor meer over Ronald Ohlsen.



INSECTEN
(drieluik)
 
I

Het is de stekelige nacht
die met zijn staketsels
ons een halt toeroept,
in zijn web ons lamlegt,
verdooft tot in dromenland
waar wij van alles niets weten.
 
Waren wij zulke insecten
dan speelde de wind
met onze vliesdunne vleugels
zodat het net was alsof
we zo weer weg zouden vliegen.
 
 
II
Kun je je voorstellen
hoe het zijn zou zonder
obstakels van licht en donker.
 
We zouden leven voor de honing,
uitvliegen voor de koningin.
 
Gedragen door zonnewarmte
zouden we de blauwe, eindeloos
blauwe muur verkennen
 
 
III

Nee, ik ben niet echt
de enige die naar de zon
zit te kijken. Bijna zinloos is het
 
te gluren. Je mag hem
toch niet zien. Waar dacht je
dat ooit al die anderen
zich blind op staarden?
 
Laten we maar uitgaan
van de zekerheid van de maan
en ons eeuwige vertrouwen
in een nieuwe dag op aarde.
 

©  Ronald Ohlsen, 2001

WILD WEST

Toen ik nog werkelijk een cowboy was
op het Kootwijkerzand, zat de vijand
me op de hielen. Bandieten waren het,
zwarte hoeden droegen ze, ze sloegen
hun vrouwen, dreven hun sporen diep
in de lendenen van hun uitgeputte paarden.

Ik kon toen dingen die ik nu niet meer
kan. Mijn hand maakte ik een pistool,
schieten deed ik als de beste. Ik miste nooit.

Mores leerde ik ze en één dag zag ik
inderdaad dat de schurken zich voorgoed
hadden teruggetrokken. Ze waren
veranderd in groene stronken, gele
brokken zandsteen en een blauw
autowrak onder de rafelige naaldbomen,
en daarbij werd het heel koud ineens.

©  Ronald Ohlsen, 2000


POËZIE

Poëzie moet nergens
over gaan. Alleen,
stel je voor dat
je verlaten wordt

door je grote liefde;
die van de kleine
woorden, van kiekeboe.
Dan is het soms nodig

om zwarte bloemen
te laten groeien
onder de palm
van je schrijfhand,

van je kushand,
van je knijphand,
je streelhand, je
vijfvingerige hand,

op het tafelblad
je werkloze hand,
op de muur een
schaduwolifant

die doet denken
aan de dierentuin,
aan de bloemen
in de vlindertuin,

aan de vlinders
op een orchidee,
een bijna zwarte
orchidee, zo licht,

zo bijna niet meer
echt, zo weerzinwekkend
aantrekkelijk als
een gedicht zijn kan.

Daar gaat het
dan over, in een
oerwoud van kleine
woorden, kiekeboe.


© Ronald Ohlsen, 2001

 


X

Al sinds sint-juttemis
staan ze op de kansel,
de opgezette paradijs-
vogels, met hun wijs-
vingers in de lucht: weg
met wat was, met de lente,

de eeuwige al te late vogel;
de kogel door de kerk
want het gedicht moet
zus en zo mag het niet
een onsje minder dan.

Lees hoe de papegaaien
kraaien in hun kritieken,
kranten vol weekmakende
boekverbranding zonder
vuur, zonder publiek:

He, ho, het hermetisme
zong weer tweede stem
bij eigen echo, weerloos
van waarde. Kom, klap mee
voor Nero, roep jé, joho,

zo diep, zo, Zo..! Nooit
was er zoveel seizoen,
zoveel winter, waren er
zo weinig heilige huisjes
over. Die koude oorlog

is voorbij. Stap in en start
de motor. We moesten maar
eens een ritje gaan maken.
Naar waar? Naar de liefde,
de echte, niet kapot te krijgen.

Zonen van Montague,
dochters van Capulet,
het verleden donkert
nog maar net boven
jullie bloedbad van zinnen.

© Ronald Ohlsen, 2001

CONTACT

Ronald Ohlsen:
Ronald.Ohlsen@12move.nl
homepage:
http://www.poeziemarathon.nl/dichters/ohlsen.html

BOEKINGEN

SSS
Stichting Schrijvers School Samenleving
Huddestraat 7
1018 HB  Amsterdam
telefoon: 020-623.49.23

UITGEVERIJ

Uitgeverij Passage
Postbus 216
9700 AE  Groningen
telefoon: 050-527.13.32
e-mail: passuit@xs4all.nl
site: http://www.uitgeverijpassage.nl/

 

 

alweer zo'n internetpagina uit Epibreren