Rozalie Hirs verwacht wisselvallig stralend weer bewolkt
geen neerslag (7 april 1965, Gouda) luistert naar Dit
is de spin Sebastiaan (1967) schrijft letters
door elkaar (1969) ontdekt Voor wie
ik liefheb wil ik heten (1979) schrijft eerste
teksten (1981) vindt Hinderlijke
goden (1985) krijgt bij de Pythische
Spelen de derde prijs voor poëzie daarop een
uitnodiging van Jan Kuijper (1991) debuteert bij De
Revisor (1992) publiceert in De Gids Tirade en De
Tweede Ronde (1993, 1994) krijgt bij de Pythische Spelen
de eerste prijs voor poëzie (1995) debuteert met
een plaatselijke dichtbundel bij Querido (1998) bliksemt
denken in beelden en een lichaam (2002) speelt bij weer
geen weer tussen dichtregels (2005).
'Adam' in Op weg naar Mulisch' Bureaustoel,
Pythische Spelen, Enschede, 1991
'Man bites dog', De veerman, Anadroom
(3 gedichten) in De 100 beste gedichten
van 1998, Arbeiderspers, Amsterdam,
1999
'Minnelied' in Flowering Inferno,
Philip Elchers, Natuurmuseum Groningen,
2002
'Slaap' in De 100 beste gedichten van
2002, Arbeiderspers, Amsterdam, 2003
'In LA' (gedicht, CD) in Aandacht,
Drukkerij Tielen, Boxtel, FokkeWubbolts,
Amsterdam, 2003
'Woordraam', 'Wortrahmen' (gedicht, Duitse
vertaling) in Sprachbuch, Ernst
Klett Sprachen, Stuttgart, 2003.
We worden wakker in de
vlam en het vloeibare kaarsvet.
We bevrijden de hand van
de slaap zijn vingers
openen ons bed; die
vleesgevende plant spuwt
liefde geworden leden de kelk uit,
draden van meel -
je huid meet de lucht zijn
tent, groene sterrenogen
zo goed
als goud de zon
proef je uit mijn kus
hoe mooi je bent?
Het lag steeds op
mijn lippen
Steeds - steeds anders zijn.
Schaduw slaat gas aan, melk
kookt over koningsblauw
geruis. Meneer de koelkast
weet niet dat zijn kou wordt
weggenomen en Jezus erboven
hangt aan een kruis - ik roer
de suiker los. Zijn kroon
lijdt aan verleden tijd: kristal
voor beeld - ik ontwerp dezelfde
dingen, dagelijks overnieuw,
Ik zou zo graag willen
lezen wat ik morgen
schrijf, gedachten inhalen
als een pijl zich vangt in
plaats van of...of tijd.
Jij schiet continuüm:
Jouw gedachte kan ik
grijpen, denk ik, even in
een doosje doen, dat is
je mond - langs zijn lijn
lopen van lippen rond
naar je geheim en het
openen in 1 adem,
zien: Het blaast
me toe en leven in.