In 2005*, tijdens zijn treitercampagne tegen Johanna Geels, publiceerde Pom Wolff het 'gedicht' 'Aftrap'. In deze tekst wordt een vrouw genaamd Johanna in stukken gehakt. Wolff publiceerde dit gedicht niet eenmaal, maar overal waar hij de kans kreeg.
Eind 2006, nadat Johanna Geels bij Wolffs werkgever geprotesteerd had tegen diens - deels in werktijd gevoerde - campagne, verwijderde Wolff 'Aftrap' en andere teksten die Johanna Geels als onderwerp hadden van zijn website. Daaruit blijkt dat Wolff zelf besefte dat 'Aftrap' niet zo maar een gedicht was, maar een tekst was (en is) waar hij Geels mee kwetst.
In de loop van 2007 hervat Wolff zijn treitercampagne tegen Geels. 'Aftrap' verschijnt weer op zijn site. Tweemaal. Dat is genoeg, want Google toont bij eenvoudige zoekopdrachten maximaal twee resultaten per site. Ook poogt hij het op andere weblocaties te plaatsen, ondermeer op de site voor hekeldichten, de Valse Noot. Daar zet hij er expliciet bij 'Voor Johanna Geels'. Er mag dus geen enkele twijfel bestaan over wie de vrouw genaamd Johanna in de tekst is: Johanna Geels.
In augustus 2007 trof ik 'Aftrap' op zeven (exclusief de versie elders in dit Dossier) verschillende interpagina's aan:
http://devalsenoot.blogspot.com/2007/03/pom-wolff.html
http://dewindroos.web-log.nl/dewindroos/2005/06/ondertussen_bij.html
http://www.cafefestinalente.nl/verslag_item.php?id=10 (7 juni 2005)
http://www.jjjoy.nl/pomgedichten/slam/aftrap.htm (vermoedelijk 2005*)
http://plukdenacht.web-log.nl/plukdenacht/2005/06/festina_grande_.html
http://www.pomgedichten.nl/modules/news/article.php?storyid=855 (27 maart 2007)
http://www.pomgedichten.nl/modules/news/article.php?storyid=960 (15 mei 2007)
Op 12 september 2007 trof ik dezezelfde tekst met als titel 'rollebollen' op nog eens twee locaties aan:
http://www.dichttalent.nl/ (onder titel 'rollebollen')
http://annemiekes.punt.nl/?a=2005-05 (onder titel 'rollebollen')
Het plaatsen van deze tekst (ik weiger 'Aftrap' een gedicht te noemen) op zoveel mogelijk plaatsen op het internet dient geen enkel doel. De enige denkbare verklaring is dat Wolff, zeker nu hij er expliciet 'Johanna Geels' bijzet, wil dat wie op 'Johanna Geels' zoekt die tekst onder ogen krijgt.
Voor we zich afvraagt hoe Johanna Geels over 'Aftrap' denkt, bieden deze twee verklaringen van haar uitkomst. De eerste deed ze in een e-mail aan de samensteller van dit Dossier (in de wetenschap dat deze verklaring gepubliceerd zou gaan worden), de tweede publiceerde ze op De Contrabas, op 25 augustus 2007. Die tweede verklaring staat hier onder haar eerste verklaring in licht verkorte vorm weergegeven. De oorspronkelijke tekst staat hier.
Johanna Geels: 'Voor de goede orde het volgende over 'De Aftrap': In eerste instantie had ik mij daar bij neergelegd. Hoe vervelend het ook is dat mijn naam gebruikt wordt, het is een gedicht, en de naam Johanna is een algemene naam. Nu is het voor insiders bekend dat het gedicht voortvloeide uit die hele bak ellende jegens mij, maar de meeste lezers hebben daar geen weet van. Wat mij heeft doen twijfelen aan deze stelling is het feit dat Pom op de Valse Noot duidelijk aan mij refereert, door het aan mij op te dragen. Hetzelfde doet hij in het artikel 'Het geval Geels', door mijn naam aan het gedicht te linken.'
Johanna Geels, op De Contrabas: '(...) Aftrap' ging op tournee, hij trok er mee door het land, liet het tijdens optredens horen en als ik ergens bij een slam was met man en kinderen, vrienden of familie waar P.W ook optrad, was dat niet bepaald prettig om aan te horen, het is een agressief gedicht, mijn hoofd wordt er in afgehakt, mijn borsten worden afgesneden, etc etc. Het staat in zijn debuutbundel, hij heeft het op de Valse Noot geplaatst, hij zette het vorig jaar als onderdeel van weer een nieuwe treitercampagne jegens mij op zijn site, omlijst met allerhande onzinaantijgingen over mijn persoon, kortom, het is meer dan een 'gewoon' hekeldicht geworden. Het is onderdeel van een hetze die al twee jaar duurt, een hetze die hij (waarschijnlijk) niet meer 'persoonlijk' kan voeren, sinds ik zijn werkgever heb ingelicht laat hij mij redelijk met rust dus ik vermoed dat één en ander met elkaar te maken heeft.'
'Via zijn gedichten echter houdt hij alle ruimte, want daar 'mag immers alles'. Ik denk dat als Bart FM Droog spreekt over een 'stalkgedicht' hij hiermee dicht bij de waarheid zit en ik denk dat je daar een grens mag trekken, dat heeft m.i. weinig meer met poëzie te maken maar meer met, hoe ráák ik iemand zo hard mogelijk op een manier waar ik persoonlijk mee weg kom.'
'Ik vind het verwonderlijk dat een groot deel van een gemeenschap het blijkbaar okay vindt dat iemand zijn laster en stalkcampagnes onder het mom van 'poëzie' mag voeren, iemand die onverstoorbaar (hij voelt zich echter gesteund door een grote groep) en tot op de dag van vandaag hier mee door kan blijven gaan met steeds weer nieuwe doelwitten. Door hem een podium te geven werkt een redactie, een uitgever, een slamorganisator hier indirect aan mee. Ik vind dat daar op zijn minst vraagtekens bij gezet mogen worden.'
terug naar boven
Vroegere stalkgedichten
In 2002 attendeerde de Groninger dichter Karel ten Haaf me op een zaak die later bekend is geworden als 'De Joke-gedichten'. Het betrof hier een eigen beheerbundel vol stalkgedichten. De maker legde een aantal bundels in consignatie ter verkoop neer bij niets vermoedende boekhandelaren. Wat die handelaren niet wisten was dat het beoogd doelwit (ze heette Joke) vaste klant van hun winkels was en bovendien poëzieliefhebber. Dat boekje, vol 'gedichten' waarin allerhande geïnsinueerd werd, was zijn manier van stalken. Het Dagblad van het Noorden,10 juni 2002:
STADSDICHTER DROOG TEGEN VERKOOP 'JOKE-GEDICHTEN'
Groningen - Stadsdichter Bart FM Droog adviseert de Groninger boekhandels om De Joke-Gedichten niet meer te verkopen. De auteur van de gedichtenbundel, Maxim de Winter, doet er goed aan om het werk te vernietigen. Dat schrijft Droog in Rottend Staal Online, een digitaal tijdschrift voor dichters.
De bundel is een in eigen beheer uitgegeven gedichtencyclus over een in Groningen levende vrouw. Zij wordt onder haar eigen naam opgevoerd. In de inleiding strooit De Winter kwistig met privé-gegevens van de hoofdpersoon. In diverse 'liefdesgedichten' wordt zij uitgemaakt voor alles en nog wat. De Winter, die zelf nog een andere achternaam voert, Crowly, is door de politie op de vingers getikt omdat hij de vrouw dagelijks lastig valt.
"Met andere woorden: Maxim de Winter is een ordinaire stalker, die met deze bundel een echt bestaand persoon het leven zuur maakt", zo schrijft Droog op de site. "Dat keur ik af."
Droog is niet de enige die het product van De Winter afwijst. Dichter Karel ten Haaf doet op dezelfde site een beroep op alle collega's om de 'walgelijke, intimiderende en seksistische bundel te negeren en indien mogelijk persoonlijk af te branden.'
Boekhandels in Groningen geven aan geschokt te zijn. Ze overleggen nog of ze de bundel uit hun collectie gaan weren. Boomker & Savenije in de Zwanestraat laat daar geen misverstand over bestaan: daar kan De Winter zijn vier bundeltjes weer komen ophalen.
(Dagblad van het Noorden, 10-6-2002)
'Aftrap' is geen normaal gedicht. Het is een tekst bedoeld om iemand te kwetsen (wat op zich kan en mag). Maar gezien Wolffs drift deze tekst steeds weer voor het voetlicht te brengen terwijl hij weet hoezeer hij daarmee Johanna Geels raakt, kan gesteld worden dat 'Aftrap' een stalktekst of, zo u wilt, een stalkgedicht is. Waarmee we op het terrein van de strafwet belanden. De wet zegt over stalking:
Hij, die wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maakt op eens anders persoonlijke levenssfeer met het oogmerk die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen wordt, als schuldig aan belaging, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vierde categorie (bron: www.slachtofferhulp.nl).
Ik ga er vanuit dat geen enkele redacteur tot en met ergens in augustus 2007 het achtergrondverhaal bij deze tekst kende. Nu dat verhaal wel bekend is, is het me een raadsel waarom sommige redacteuren/redacties deze tekst blijven verdedigen als 'literaire tekst'.